Volgens de mythe dankt de stad zijn naam aan Athene, de Griekse godin van de wijsheid. In een duel om beschermheilige van de stad te worden versloeg zij Poseidon, god van de zee, door de stad de olijfboom te schenken.
Vermoedelijk zijn de eerste mensen er rond 3500 v. C. gaan wonen, maar pas vanaf 1000 v. C. ontwikkelt het zich tot een belangrijke stadstaat en grondlegger van de democratie. Omstreeks de vijfde eeuw v. C. kent het een grote economische en culturele bloei en brengt het grote namen voort zoals Socrates, Plato en Herodotus. In deze periode, ook wel bekend als de Klassieke Oudheid, worden ook de belangrijkste bouwwerken gebouwd, zoals het Parthenon en ontpopt het zich tot de hoogste beschaving van de (westerse) wereld.
In de tweede eeuw v. C. verliest het echter zijn leidende rol aan de Romeinen die het plunderen en vanaf het begin van onze jaartelling raakt de stad echt in verval. Tijdens de Middeleeuwen is het niet meer dan een vergeten uithoek en in de vijftiende eeuw wordt het veroverd door het Ottomaanse Rijk. Als Griekenland in 1829 uiteindelijk de vrijheidsstrijd wint, telt Athene nog maar 4000 inwoners. Maar als in 1896 de eerste moderne Olympische Spelen worden gehouden, is dat aantal al opgelopen tot 100.000. In de 20ste eeuw ontwikkelt Athene zich stormachtig, maar beleeft het ook zijn minder mooie momenten. Zoals tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog, de bloederige burgeroorlog daarna en de daaropvolgende dictatuur tot 1974. Heel de eeuw lang zijn er grote migraties naar de hoofdstad van voornamelijk plattelanders en Turkse Grieken. De haastig opgezette woonwijken zijn geen lust voor het oog en ook de infrastructuur lijkt de toestroom niet meer aan te kunnen. Gelukkig is Athene het afgelopen decennium grondig gerenoveerd (o.a. voor de Olympische Spelen van 2004) en zijn het wegen- en metronet sterk verbeterd, waardoor het nu de kosmopolitische uitstraling heeft die de wereldstad verdient.
|  |