Omstreeks 7000 voor Christus vestigde de eerste jagers zich vanuit Noord-Engeland zich in Ierland. Rond de 5e eeuw voor Christus zetten enkele Keltische stammen voet aan wal in Ierland en lijfde de oorspronkelijke bewoners van Ierland bij zich in. Toen rond het begin van de jaartelling bijna heel Europa in handen viel van de Romeinen lieten zij Ierland letterlijk links liggen, waardoor de Keltische bevolking zich hier lang kon blijven handhaven.
In 431 viel Ierland dan toch onder de macht van het Romeinse rijk door de aanstelling van Palladius. Deze man werd opgevolgd door de bekende patroonheilige Saint Patrick welke tot op de dag van vandaag geëerd wordt op de 17e maart. Rond 800 vielen de Noormannen, ook wel de Vikingen genoemd plotseling het eiland binnen en stichtten hier diverse nederzettingen. Een van deze nederzettingen was Dublin dat in 841 ontstond. Olaf de Witte maakte de stad in 870 de hoofdstad van zijn kolonie. Toen heette het Dyfflin.
In de 12e eeuw was Ierland opgedeeld in verschillende kleine koninkrijkjes. De macht was verdeeld over verschillende groepjes mensen, die met elkaar vochten over de controle. Engeland wilde toen al voorkomen dat Ierland zelfstandig werd. Dus trok de toenmalige Koning van Engeland er op uit om te voorkomen dat Ierland zelfstandig zou worden.
In de 2e helft van de 19e eeuw had Ierland het zwaar te verduren. Een aardappelziekte vernietigde alle oogsten, waardoor er een zware hongersnood op kwam. Meer dan een miljoen Ieren verloren het leven hierbij. Tussen 1850 en 1950 emigreerden maar liefs 8 miljoen Ieren uit Ierland. Maar hier kwam een ommekeer aan toen eind 20e eeuw Ierland economisch begon te bloeien. Deze bloei werd ook wel de Keltische Tijger genoemd. Nu is Ierland een aantrekkelijk oord geworden om heen te verhuizen en is Ierland een immigratieland geworden. De rijke cultuur, een bevolking, waarvan de helft nog niet eens 30 is, zorgt ervoor dat het een zeer levendige cultuur is geworden.
| |